Hoogbegaafde tieners

Posted on Updated on

Hoogbegaafde adolescenten kunnen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs een aantal problemen ervaren:

  • verveling
  • de eerste onvoldoendes voor ‘leerwerk’
  • ‘afstromen’, van gymnasium naar vwo naar havo naar…
  • leerproblemen
  • geen- of weinig aansluiting in de klas
  • eenzaamheid

Verveling

Veel hoogbegaafde adolescenten hebben de verwachting in het voortgezet onderwijs eindelijk te gaan ‘leren’ en  kijken daarom uit naar het moment dat ze naar het voortgezet onderwijs mogen. Maar dat leren valt vaak tegen. In de brugklas, zeker in het begin, wordt rustig aan gedaan om de ‘bruggers’ te laten wennen aan het systeem. Maar ook na de gewenningsperiode blijft het tempo altijd lager dan de hoogbegaafde leerling graag zou willen. Bovendien is er de eerste tijd ook nogal wat herhaling van lesstof die op de basisschool al werd aangeboden. Ook qua inhoud voldoet de lesstof vaak niet aan de honger naar kennis en informatie van deze leerling. Het komt daarom regelmatig voor dat rond de herfstvakantie de eerste tekenen van verveling zichtbaar worden.

Onvoldoendes

Wanneer je nog nooit geleerd hebt om te leren, kan het zijn dat in de onderbouw (vaak in de brugklas rond de herfstvakantie) de eerste onvoldoendes vallen. Het is dan zaak om te leren ‘leren’. Want als je wel degelijk woordjes leert thuis en dat leren levert vervolgens net zo’n dikke onvoldoende op als het niet-leren, waarom zou hij of zij dan überhaupt nog aandacht besteden aan huiswerk leren. Dus is het van belang dat hij/zij leert wat de leerstrategieën zijn die bij hen passen, hoe kan hij/zij het beste woordjes leren, tijd indelen, enzovoort. En: zij moeten inzicht krijgen in wat er van hen verlangd wordt qua antwoorden op -en verwerking van- bepaalde lesstof.

Afstromen

Onder andere door bovengenoemde oorzaken is het mogelijk dat hoogbegaafde kinderen blijven zitten op de middelbare school. Ook komt het geregeld voor dat zij van gymnasium langzaam maar zeker afzakken naar vwo, havo en vervolgens vmbo. Het is dan zaak in te grijpen: te praten met de begeleiders op school en de hoogbegaafde leerling te ondersteunen met bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding en passender lesmateriaal. Ook het versterken van het zelfbeeld kan van groot belang zijn. Verder is contact met ontwikkelingsgelijken heel belangrijk: (h)erkenning en jezelf kunnen zijn, je humor en interesses kunnen delen en je even niet aanpassen aan je omgeving.

Leerproblemen

Het kan zijn dat een leerling behalve hoogbegaafd ook dyslectisch en/of een beelddenker is, maar dat dat op de basisschool niet werd gesignaleerd. Of dat er wel mogelijke dyslexie gesignaleerd werd maar ‘het er niet uit kwam’ bij het onderzoek. Een aantal van de hoogbegaafde kinderen is namelijk heel goed in staat om dergelijke leerproblemen te compenseren met hun intelligentie. Pas als er veel meer vakken (m.n. de talen) aangeboden en verwerkt moeten worden, wordt zichtbaar dat er een leerprobleem is. Over beelddenken is nog niet veel bekend binnen het onderwijs. Beelddenkers hebben een dermate andere manier van leren, dat zij zelf moeten leren hoe ze het beste het talige onderwijs kunnen omzetten naar hun eigen leermogelijkheden.

Weinig aansluiting in de klas

Ook binnen het voortgezet onderwijs is 2 – 2,5% van de leerlingen hoogbegaafd, al is dat percentage op het vwo / gymnasium vaak wel wat hoger. Maar over het algemeen hebben hoogbegaafde kinderen nog steeds minder kans om ontwikkelingsgelijken in hun klas tegen te komen dan normaal begaafde kinderen. Wanneer je toch al niet zo bij de groep hoort, andere normen en waarden hebt en met andere dingen bezig bent dan de meeste klasgenoten, is het mogelijk dat de hoogbegaafde tiener geen goede aansluiting in de klas vindt. Contacten die er wel zijn, zijn vaak functioneel. Engels met die, geschiedenis met die, sport met die, pauze doorbrengen met weer een ander. Per activiteit wordt een bijpassend persoon uitgezocht.

Eenzaamheid

Het is voor leerlingen binnen de onderbouw van het voortgezet onderwijs meestal belangrijk om ‘bij de groep te horen’. Tieners gaan zich in de puberteit losmaken van hun ouder(s). Normen en waarden die zij meekregen van hun ouders worden onderzocht of aan de kant geschoven. Leeftijdsgenoten bepalen meer en meer de nieuwe normen en waarden van de tiener en fungeren als spiegel voor de adolescent. Er zijn hoogbegaafde kinderen die veel moeite doen om bij de groep te horen, zich zeer sterk aanpassen. Ook al lijkt de betreffende leerling moeiteloos in de groep op te gaan of goed alleen te kunnen functioneren, vaak is de eenzaamheid groot. En er zijn er ook die per definitie niet bij de groep willen horen en hun eigen gang blijven gaan.

Vastlopen

Hoogbegaafde jongeren kunnen vastlopen in hun ontwikkeling of op school, omdat de omgeving  vaak onvoldoende op hen is afgestemd. Voor ouders en leerkrachten is het vaak heel moeilijk om deze tieners dan op juiste wijze te ondersteunen en verder te helpen. Voor deze hulp kunt u bij Jongbegaafd terecht. Voor meer informatie over deze begeleiding, klik hier